stripinfo.be wordt gratis aangeboden, maar de site in de lucht houden kost wel geld. Daarom vragen wij u vriendelijk uw ad blocker uit te schakelen op deze site. Bedankt voor uw steun.

Interview

Scott McCloud


De zon schijnt zoals ze dat alleen maar kan na een paar dagen regen in de lente. Een schitterende dag dus en even verder, in een mooi gerenoveerd klooster zal Scott McCloud op me wachten. Maar dit is de man die over het maken van strips meer vergeten heeft dan de meesten onder ons ooit zullen kennen. Dat ik een beetje met schrik in het hart het gesprek aanga, mag dan ook niet verwonderen. Maar Scott stelt me direct op mijn gemak door zijn eenvoudige en zeer vriendelijke manier van verwelkomen. Meteen is de toon gezet voor een geanimeerd en leuk interview met één van de interessantste stripmakers van de laatste jaren.



Waarom ben je stripverhalen beginnen te maken? Dit was toch geen evidente keuze?
Dat klopt. Mijn familie is wetenschappelijk gericht. Mijn vader is ingenieur en ook mijn 2 broers en zus hebben beroepen in die richting. Daar van afwijken was inderdaad niet evident. Toen ik 9 à 13 jaar was, wou ik astronaut, microbioloog, kampioen in schaken Worden maar dat is het dus niet geworden. Echter toen ik 15 was, wist ik dat ik stripmaker wou worden. Dat kon ik wel. Ik heb het zelfs verkondigd aan een vriend zo zeker was ik. En inderdaad dat is nooit meer veranderd.
Strips maken is, net zoals kunst, een gevecht tegen grenzen en beperkingen. Je moet in een tweedimensionaal blad een wereld van 3D weergeven. En daarnaast ook alle zintuigen activeren, inclusief tast en geur. Dat is de uitdaging en een strip kan dat inlossen.

Ik hoor van een hoop andere artiesten dat het meestal moeilijk is om die eerste te publiceren, zeker in Amerika. Hoe is het jou gelukt?
Vermits ik zeker wist wat ik wou doen, wist ik ook dat ik wou verder studeren in het maken van strips. En een drietal weken voor ik gedaan had met de opleiding op de hogeschool, kreeg ik een job vast bij een bedrijf dat strips uitgeeft in Amerika, namelijk DC comics.
Oh ja, één van de klein.. (ironisch)
Hahaha.. Inderdaad. Maar je moet weten dat ik daar echt begon in een zeer lage positie. Ik moest de tekenfouten verbeteren in strips, bijvoorbeeld als iemand net buiten de lijnen getekend had van het bladrooster, moest ik dat weg doen. Niet echt een glorieuze job om te beginnen, maar slechts 1,5 jaar later had ik mijn eerste voorstel klaar om zelf een stripverhaal te maken: ZOT!.
En het werd gepubliceerd?
Ja, maar niet bij DC.
Waarom niet?
Dat was tevens de tijd dat het ongenoegen over de eigendomsrechten van de artiesten echt naar boven kwam. Als je bij de grote uitgevers een karakter creëert, dan hebben zij daar de rechten op en kunnen er mee doen wat ze willen. Denk maar aan de Avengers, Superman, X-men,… Zelfs als er uiteindelijk een film van gemaakt wordt, krijgt de artiest er niks van. Ik vond ook dat ik zelf de rechten moest hebben op mijn karakters en wat er uiteindelijk mee gebeurt, zowel qua verhaallijnen als qua filmrechten.

En dan daarna ben je drastisch een andere richting uitgegaan, namelijk het maken van non-fictie strips. Nogal een ommezwaai, waarom?
Van in het begin heeft dat me geïntrigeerd: Hoe werken strips? Waarom heeft die plaat dat effect en die sequentie veroorzaakt dan weer dat gevoel, hoe komt dat? Ik was daar enorm mee bezig en had op het laatst honderden pagina’s vol aantekeningen. Dus besloot ik daar verder mee gaan. Een strip kan dan nog eens alles brengen en het was bijgevolg logisch om een strip te maken over het maken van strips. En dat deed ik dan met ‘Understanding comics’.
Zorgde dat er niet voor dat je met argusogen werd bekeken toen je terug een ‘gewone’ strip uitbracht na die strip?
Na ‘Understanding comics’ heb ik nog ‘Making comics’ gemaakt. Dat is dewelke waarop ik afgerekend zou worden. Ik wist dat ook wel. Maar dat was net zo geweldig.
Euh, die druk?
Ja, geweldig toch? Ik wist dat als ik mijn kop zou uitsteken, iedereen klaar zouden staan om me neer te maaien als ik bijvoorbeeld de techniek op pagina 246 van mijn boek niet juist zou gebruikt hebben. 5 jaar, 7 dagen op 7, 11 uur per dag werkte ik aan ‘De beeldhouwer’ want zij zaten te wachten. Het moest gewoon goed en af zijn. Ik kon me geen fouten of afleiding veroorloven. Een geweldige motivatie. En ik wist ook wel dat daarna, ik en mijn vrouw, 24 uur per dag samen gingen zijn tijdens de reizen voor de promotie-tour. Hier zijn we dan ook. We zijn al sinds februari onderweg.
Heb je dan toch nog niet af te rekenen gehad met de reacties waarin verwezen wordt naar je non-fictie boeken om iets te zeggen over je nieuwe boek?
Ik ben er zeker van dat velen begonnen zijn met ‘De beeldhouwer’ in de hand en ‘Making comics’ naast hen en zelfs met bladwijzers om zo toch maar vlug de technieken op te kunnen zoeken. Ik wou die uitdaging net aangaan. Mijn streefdoel was om ze van de eerste pagina’s mee te slepen in mijn strip en laten te vergeten dat mijn ander boek naast hen lag.
Wat ik gelezen heb van recensies over je boek (Amerikaans), denk ik dat dat je gelukt is.
Ja, buiten diegenen waar het echt een job voor is en die dus echt wel moeten zoeken om iets te vinden, was het geslaagd. De grote meerderheid van reacties die ik krijg, bevestigen dat.



Even over het boek zelf. ‘De beeldhouwer’ heeft verschillende lagen en verhaallijnen (streven naar ultiem succes, liefdesverhaal, slechts 200 dagen nog te leven,..) maar hoe zou jij het boek omschrijven in enkele woorden?
Pffff, dat is moeilijk.… mmmh.. in essentie is het een verhaal over een jongeman, David. Het is een simpel doch groot idee over leven en dood. Ik had het verhaal al in mijn hoofd sinds mijn twintig, maar ik ben blij dat het kon laten rijpen tot mijn 48. Het grote idee stemt van toen, maar het zijn de kleine momenten, datgene dat je tussen de lijnen moet lezen dat ik kon toevoegen toen ik 48 was. Beide zijn essentieel voor dit verhaal.. maar ik moest dus wel eerst 48 worden… hahaha
Als ik het lees, heb ik tevens het gevoel dat het ook gaat over de vraag of mensen kunnen veranderen.
Inderdaad. David moet veel leren en hij heeft slechts 200 dagen om dat te doen. Hij moet leren dat kunst niet als doel mag hebben om eeuwig herinnerd te worden. Kunst maken doe je niet voor geld, sex of adoratie, maar omdat het kan. Het zit in je en moet er uit. Kunst is dan ook zinloos. Het mag niet functioneel zijn. Dat is pas echte kunst. Zijn pad in de 200 dagen moet daartoe leiden, zijn droom om onsterfelijk te worden door zijn kunst mag niet zijn kunst vormen.



En toch, ondanks alle verandering, blijft hij wie hij is.
Dat is het. Daar gaat het om. Hij is wie hij is, zelfs na alles wat hij meemaakt en leert. Hij verandert, maar toch ook weer niet. Zijn doel is in de grond zinloos en idioot en hij dient dat te accepteren. Zelfs na alles is dat nog steeds moeilijk voor hem om te slikken. Hij is wie hij is.

Waarom heb je eigenlijk beeldhouwen gekozen?
Zoals ik eerder zei, ik had dit idee al heel lang. Toen ik twintig was, wist ik al dat ik een verhaal wou doen over een beeldhouwer die 200 dagen krijgt om zijn topwerk te maken. Ik heb daar dan ook nooit aan getwijfeld. Je komt, denk ik, nooit nog terug op een kernidee. De rest kan veranderen maar de basis kent geen twijfel. Dus daarom….

Na zolang met een beeldhouwer gespeeld te hebben, zou je het zelf willen zijn?
Neen, echt niet. Ik heb het geprobeerd in school en het is echt niet voor mij. Ik heb graag controle. Zaken maken met klei draaide altijd uit op chaos. Het deed niet wat ik wou. Terwijl dromen op papier zetten, van alles verzinnen en dat tekenen, dat kan ik controleren van begin tot einde. Dat is wat ik wil.

Is De Beeldhouwer autobiografisch? David is immers ook een artiest.
Deels. Rond mijn twintigste leek ik echt sterk op David. Hij duwt de wereld weg in zijn streven naar onsterfelijkheid. Zo een proces kan iemand kwetsen en dat doet het bij hem. Meg redt hem, zoals mijn vrouw Ivy mij heeft gered.
Maar het is vooral Meg die gebaseerd is op iemand, mijn vrouw. In mijn twintiger jaren was ik al verliefd op haar. We zaten samen op de hogeschool, maar ze was al met iemand en ik was veel te verlegen om daar iets van te zeggen. Bijgevolg gingen we ieder onze weg op, maar ze was ondertussen al wel een personage in mijn, dan nog virtueel, boek geworden. Er zit echt veel van haar karakter in Meg.
Het is natuurlijk wel belangrijk om alleen datgene te gebruiken dat een verhaal sterker maakt. Je moet de delen er uit laten die niks bijbrengen, hoe leuk ze ook mogen zijn. Ondanks alles zit er dus slechts een beperkt deel van ons leven in het verhaal.

Ivy, de vrouw van Scott is ook aanwezig en dus kon ik het niet laten om te vragen of ze dat wist en erg vond?
Ivy: Oh ja, ik wist dat. Ik weet dat al lang. Natuurlijk vind ik dat geheel niet erg.
Scott: Na zeven jaar zagen we elkaar terug en toen heb ik haar wel benaderd en hier zijn we nu. Ze wist het dus al lang dat ze er een rol in zou spelen. Ze is trouwens niet alleen, ook de oom van David is gebaseerd op haar vader. (Ivy laat een foto zien en het is inderdaad zeer treffend.)

Een paar meer technische vragen. En deze moet ik echt wel vragen, waarom blauw als enige kleur?
Ik ben niet goed in kleuren. Bijgevolg zou vierkleurendruk niks voor mij zijn. Ik heb daar niet het juiste gevoel voor. Maar één kleur kiezen, dat kan ik wel. En dat is dus blauw geworden voor de middentoon. Door zo een middentoon kan je vormen verduidelijken, dus er moest een kleur bij.. dit blauw. Je kan zo heel gemakkelijk een tekening lezen. Blauw heeft iets melancholisch maar niet te. Meer paars zou te veel sentimentaliteit geven, terwijl meer groen te jazzy zou zijn. Deze specifieke blauwtoon heeft het juiste gevoel. Ik vind ook dat de kleur ook stenig, niet organisch, aanvoelt, misschien zelfs een beetje doods… perfect voor dit verhaal.

En toch is de cover vierkleuren?
Een cover is iets dat je niet alleen beslist, wat wel het geval is voor de rest van het boek. Maar de cover moet deels het boek weergeven en deels reclame zijn. Bijgevolg krijgen een hoop mensen inspraak en is het een gezamenlijke beslissing. Deze cover geeft de inhoud zeer goed weer en trekt de aandacht. Mmhh… misschien is het wel iets te bruin.



Trouwens deze cover is zeer trouw aan de originele cover in Amerika. Maar de Fransen wijken af. Zij hebben wel een blauwe cover gebruikt. (bij de softcover, kan je deze vinden op de kaft van het boek, dat dus anders is dan de cover die je ziet op de papieren wikkel) Zij zijn de enige en ik weet eigenlijk nog steeds niet goed waarom.

Meestal gebruik je realistische scenes in je verhaal. Maar zo af en toe wijk je daar sterk vanaf door middel van bewegingslijnen of het afzonderen van Meg in een feest of de maanden die ineens op het voetpad opduiken. Waarom doe je dit?
Je wilt het verhaal vertellen vanuit het standpunt van David. Je moet als lezer voelen alsof je hemzelf bent. Meg doen opvallen en haar zo volgen in het feestgewoel is opdat je ook ineens zijn verliefdheid voelt en niet kan wegkijken. Zo is dat bij alle van die ingrepen. Je moet het niet zien alsof je van buitenaf aan het kijken bent, maar mee voelen zoals David het voelt.



Om dat gevoel zo in je als lezer te krijgen heb ik beroep gedaan op alles wat ik ken. Ik bedoel maar, de Europese strip is heel goed in het bouwen van nieuwe werelden. Manga is dan weer goed in het weergeven van emotie en in detaillering van de achtergronden. De Amerikaanse strip focust meestal zeer sterk op de hoofdfiguur. Ik heb geprobeerd het beste uit alle drie te halen om dit verhaal te vertellen. Het zit ook in me hé. Ik heb in mijn tienerjaren enorm veel Europese strips gelezen en in mijn twingtiger-jaren veel manga. Hun invloed kan ik niet naast me neer leggen. Het is echt een internationaal verhaal geworden.



Je hebt ook alles digitaal gemaakt. Waarom?
Ik ben niet één van de grote tekenaars, maar ik kan wel iets tekenen en dan zien wat fout is. Bij digitaal kan ik dan alles verbeteren tot het perfect is. Ik heb dus wel degelijk alles getekend met de hand op een tablet, maar daarna de tools van de computer gebruikt om het beter te maken. Het enige nadeel is dat ik geen originelen zal kunnen verkopen.
Op welke grootte teken je dan? Op papier tekenen velen meestal groter dan het uiteindelijk in de strip komt.
Er is geen grootte bij digitaal. Ik kan in- en uitzoomen naar wens. Ik kon dus veel tijd steken in de achtergrond en inzoomen om juist te tekenen. Kijk maar eens, er gebeurt dikwijls wel iets op de achtergrond. Zie hier (neemt het boek ter hand en vindt bijna onmiddellijk de uitgekozen pagina, namelijk 183 in de softcover, onderste rij, linkse tekening waar in de achtergrond een groep kinderen uitleg krijgen over een beeld) de jongen van de groep en het passerende meisje kijken naar elkaar en maken een connectie ondanks dat ze eigenlijk weg moeten kijken.
Maar ik kan wel zeggen dat ik teken met 1200 pixels per inch. Zo kan ik alles mooi scherp krijgen en gemakkelijk verbeteren.

Wat brengt de toekomst?
Een film wellicht. Ja, er was van in het begin interesse voor ‘De beeldhouwer’ vanuit verschillende partijen. Het is nog het prille stadium, maar het ziet er goed uit bij Sony Pictures.
En op vlak van strips?
Een nieuwe strip natuurlijk. Terug een non-fictie strip, over tekens, borden en hun leesbaarheid. Ik ben dan nu ook overal waar ik kom foto’s aan het nemen over wat ik tegen kom, bizar of helder. Natuurlijk moet ik nog veel werk verrichten, spreken met specialisten en veel lezen, maar ik kijk er naar uit.

Is er iets dat je zelf graag zou toevoegen?
Het is pas nu dat leerkrachten bij ons beginnen met het aanbieden van de mogelijkheid om strips te lezen voor de les. Maar naar mijn aanvoelen loopt het daar al eens mis. De leerlingen zijn niet gewoon strips te lezen. Ze storten zich heel dikwijls direct op de inhoud en dan vooral van de tekst, maar een belangrijk deel van de strips zijn de tekeningen. En dat moet echt aangeleerd worden. Dus ik zou graag elke leerkracht aanbevelen om als eerste strip voor een opdracht een strip te nemen zonder woorden, zodat men leert om tekeningen te lezen.
Ik weet dat hier veel meer traditie is en dat wellicht minder nodig is, maar toch is het belangrijk dat dit niet vergeten wordt wanneer strips behandeld worden. Bijgevolg een warme oproep om, zeker in het begin, tekstloze strips te gebruiken in de les.

Dat kunnen we alleen maar steunen. Hartelijk bedankt voor deze aangename gedachtewisseling.

witam