stripinfo.be wordt gratis aangeboden, maar de site in de lucht houden kost wel geld. Daarom vragen wij u vriendelijk uw ad blocker uit te schakelen op deze site. Bedankt voor uw steun.

Interview

Michaël Olbrechts


Waarom koos je voor stripverhalen?
Ik heb altijd graag getekend. Maar het was steeds het pure tekenen, tot ik me realiseerde dat er ook een andere soort strip bestond. Het was eigenlijk een soort experimenteren met tekenen. En het begon in Sint-Lucas bij de opdracht om een stripverhaal te maken. Ik las zelf geen strips, maar wel veel gewone boeken. Ondertussen lees ik natuurlijk wel strips, maar het is geen obsessie. Eerder om bij te blijven en te weten wat er gebeurt in die wereld. Ik zou dat dus eerder omschrijven als professioneel lezen. Voor mijzelf lees ik nog steeds liever een boek. Maar strips tekenen zijn een logisch gevolg van het graag tekenen en er een verhaal in te steken, zoals die opdracht me leerde. Het is ook een interessant medium. Je kan alles zelf maken en dus de lezer helemaal onderdompelen in jouw wereld en ritme van vertellen. Je hebt hem in je macht.


Wat doe je het liefst, tekenen of het verhaal vertellen?
Beiden zijn belangrijk. Ik voel me op mijn gemak bij het tekenen. Ik doe dat ook veel meer dan schrijven. Illustraties zijn immers mijn ander werk, maar de beiden combineren voelt goed aan. Als ik aleen zou tekenen, blijf ik binnen mijn comfortzone, maar de beiden doen, is een uitdaging voor mij. Meer doen dan je kunt, daar doe ik het voor. En zoals ik al zei, je geeft jezelf de macht om de lezer te leiden hoe jij dat wil. Het komt dan ook van A tot Z uit mijzelf en dat geeft veel voldoening.
Goh.. men gaat mij zien als een machtswellusteling, maar dat ben ik niet hoor.. echt niet. (verlegen lachje)


Is "Vierenveertig na Ronny" autobiografisch? Het voelt zo aan.
Ja en neen. Ik put uit mijn ervaringen en de dingen die ik rond mij zie, dat klopt. Ik wil immers iets maken dat heel herkenbaar is en aanvoelt alsof het uit het leven gegrepen is. Het moet er op zitten, het boek moet het hebben van herkenbare situaties en ik ben blij dat dat gelukt is. Maar het komt wel niet uit mijn eigen familie, ook niet de broers. Ik heb ze in mijn hoofd gecreëerd op basis van wat ik gezien heb en dat laatste mag je best ruim interpreteren. Wat ik bij vrienden zie, op TV,.. ik pik dat onbewust allemaal op en gebruik dat daarna.


Wat wil je dat er van onthouden wordt?
De boodschap bedoel je? Er zit een zekere parallel tussen de kleinzoon met zijn vriendin en de oude mannen. Er is nu nog tijd om er iets aan te doen, aan de situatie. Maar iedereen is vrij om naar de boodschap te luisteren of niet. En ik denk ook dat iedereen zijn eigen en andere boodschap meeneemt van dit boek. Er zitten dan ook verschillende pistes in dit boek: de oude mannen, de buurjongen en de kleinzonen met elk hun verhaal. De kleinzonen kunnen je even goed een boodschap geven over materialisme en geluk of over het drukke leven waar je in verloren kunt geraken.
De andere verhalen zijn er bij gekomen en vertellen over 'het leven' maar daar wil ik niet echt iets mee vertellen.
... (blijft even stil) ...
Het zou wel mooi zijn als mensen zich herkennen in de verhalen, maar ik geloof niet echt dat een strip de wereld kan verbeteren.


Heb je iets geleerd van het maken van dit boek? Het is immers niet meer je debuut.
Dit was veel moeilijker. Het vorige 'De allerlaatste tijger' was een afstudeerproject, waarbij ik goed begeleid werd en beroep kon doen op mensen voor raad. Ik had toen ook een verhaal, een familiegeschiedenis om op te lossen. Hier moest ik alles zelf verzinnen, wat alles veel onzekerder maakt. Maar hierdoor heb ik wel geleerd om alles bij elkaar te brengen en er een vertelritme voor te zoeken. Ik kan me nu niet meer verschuilen achter 'Het is echt gebeurd', waardoor het enerzijds veel zwaarder was om te maken, maar anderzijds ook veel leuker. Ik moest het echt uitpuren tot zijn essentie om dit resultaat te bekomen en dat heeft veel gevergd. Je moet het verhaal immers juist krijgen. Het is niet echt het scenario of de dialogen die een probleem vormen, maar het doseren van alle delen en het in elkaar passen ervan. Ik had nog nooit drie à vier verhalen in elkaar gepuzzeld en dat was dan ook wel even slikken.

Daarnaast was dit ook een werk van opzoeken, veel opzoeken. Ik heb via google image veel documentatie gezocht. Ik had een typisch dorp in mij hoofd en moest dat terugvinden. De feestzaal is bijvoorbeeld een samenraapsel van vijf verschillende zalen om een zo typisch en herkenbaar mogelijk beeld te maken. Ik heb hier meer aandacht voor gehad dan bij mijn vorige. Let wel, dit is niet zo maar een foto overtekenen, je gooit alles samen en tekent een nieuw geheel. Trouwens het witte huis van vake is het huis waar ik het boek heb gemaakt. Het was het huis van mijn overgrootouders en tijdelijk mijn atelier. Ik zat er midden in, dus de inspiratie was dichtbij.


Ideale inleiding om een paar technische vragen te stellen.
- Je stijl is eigenlijk een opeenvolging van tekening, aquarel en dan photoshop. Waarom die volgorde en niet alles in photoshop bijvoorbeeld?

Photoshop zou gemakkelijker zijn, maar ik probeer zo weinig mogelijk computerfeel te hebben in mijn tekeningen. Ik heb het wel nodig om te spelen met de kleuren, maar de gevoelige lijnen van het tekenen en aquarel moeten er volgens mij in. Alleen photoshop geeft geen gevoelig beeld. Daarbij ik ben een leek en kan bijgevolg ook niet alles in photoshop.
Echte inkt gebruiken bij het inkten is trouwens ook niet ideaal. Het is te doods voor mij. Inkten in potlood geeft veel meer gevoel, maar het is vooral het eindresultaat van potlood en aquarel dat het best werkt voor mij.

- De neuzen zijn uitgesproken en vallen daardoor op in je stijl?
Ze zijn langer omdat ik dat ook heb.. Het is één familie en dit is een familietrek dat iedereen verenigd. En door de neuzen donkerder te maken, wordt het gezicht net iets levendiger... Ik denk er niet echt over na, het gebeurt gewoon.

- De teksten zijn zelf geschreven. Dit is toch een heus monnikenwerk. Waarom begin je eraan?
Klopt, het is een monnikenwerk en de lettering kan op zich wel in photoshop, maar ik vind dat niet passen bij de feel van het boek. Alles een eigen vorm geven is mooier en persoonlijker. De letters dansen en af en toe is er een fout ingeslopen, maar dat hoort bij het gevoel. De tekst is hierdoor een deel van de tekening geworden. Het is het minst fijne jobje, maar wel de moeite waard.
In mij vorig boek gebruikte ik dit lettertype ook al, maar met bepaalde lijntjes dikker en dat gebruik van dikteverschillen maakte het waanzinnig om te maken. Het is nu al veel simpeler geworden en ik kan het ondertussen snel produceren.

- Niet helemaal technisch, maar waarom een koude schotel op de cover?
Het is een opvallend beeld, met een dode viskop en veel kleuren. Iedereen kent het wel, het zat vroeger ieder jaar bij de feesten er wel eens tussen zonder dat iedereen het eigenlijk lustte. Het is dan ook een ode aan de eenvoudige tijden. Veel personages leven immers in het verleden en dit verwijst naar het vastklampen aan vroeger.
De tekening staat ook in contrast met de titel "Vierenveertig na Ronny" die eigenlijk niks zegt, tot je het boek hebt gelezen. Er is geen link met de tekening en die combinatie zorgt zo hopelijk voor genoeg intrige om het boek op te pakken.


Gaat je volgend boek in dezelfde richting gaan?
Ik wil de kleine verhaaltjes blijven vertellen. Net daarom zal het ook telkens iets anders zijn. 'De allerlaatste tijger' was dan ook een heel ander verhaal: het bracht geschiedenis, wat wel een groot verhaal is, maar het kleine verhaal was de scene op de achterbank. Bijgevolg zal het volgend boek opnieuw ver weg zijn van dit boek, maar zal het wel in de stijl van de kleine verhalen blijven. Ik ga geen dwergen brengen of een ridder-epos, maar wel een verhaal op mijn manier, op mensenmaat met de kleine kantjes van de mensheid.

witam