stripinfo.be wordt gratis aangeboden, maar de site in de lucht houden kost wel geld. Daarom vragen wij u vriendelijk uw ad blocker uit te schakelen op deze site. Bedankt voor uw steun.

Interview

François Schuiten


We staan voor het prachtige herenhuis in Schaarbeek, we bestijgen de plechtstatige trap naar het ruime en in buitenlicht badend zolderatelier van François Schuiten. Daar zit de tekenaar aan zijn tekentafel. Achter hem, een aantal originelen van Amerikaanse tekenaars, Alex Raymond, George Herriman. Elke muur is bedekt met boeken over architectuur en kunst. Het zijn er zoveel, dat het lijkt of de boeken eigenlijk de muren zijn. De rijzige gestalte installeert zich aan een salonnetje. Uw beide reporters doen hetzelfde. Het gesprek over zijn nieuwste strip, maar ook over veel meer, kan beginnen.

Meneer Schuiten, op de Brafabeurs kon u ons spijtig genoeg niet te woord staan. U had het nogal druk met de scenografie die u voor de Koning Boudewijnstichting had gemaakt.
Het moet wel een belangrijk moment geweest zijn voor u, aangezien prinses Astrid uw werk kwam bewonderen. Vindt u die erkenning belangrijk?


Ja, het was heel leuk maar een dergelijke erkenning doet me niets. Wat ik wel belangrijk vind, is dergelijke werken te kunnen maken, dat ik kan werken met goede artiesten. Dat ik mijn werk als scenograaf volledig autonoom kan uitvoeren. Dus ik was wel tevreden ja.

Wat gebeurt er achteraf met al uw scenografieën?

Dat is een goede vraag. In dit geval was het echt een enorm doek, de schilder had geweldig werk geleverd. Al die kleuren, het is een prachtig schilderij, het was een echt spektakel! Het zou inderdaad spijtig zijn moest het verdwijnen. Er waren wel wat mogelijkheden maar we moeten die van naderbij bekijken. Maar ja, het is vooral een gelegenheid om met allerlei heel getalenteerde mensen te kunnen werken: muzikanten, belichting, schilders, een hele reeks getalenteerde mensen. Als we dat werk kunnen bewaren, zo veel te beter. Aan de andere kant zijn er zoveel spektakels die kortstondig zijn.

Ja, zoals het spektakel dat u op touw had gezet voor de gemeente Oudergem.

Inderdaad ik hou ervan om veel verschillende soorten dingen te doen. Het evenement dialogeert met de ruimte. Het geeft me de mogelijkheid om op een gegeven moment een visueel, architecturaal spektakel te creëren. In deze tijd wordt er veel met projecties gewerkt, met videobeelden. Ik wil terug voor meer voeling zorgen met de schilderkunst, de tekeningen, ik wil dat de mensen opnieuw de fysieke dimensie van de schilderkunst voelen. Het is daar het goede moment voor, want er is een overvloed aan virtuele beelden.

Nochtans betreedt u met u nieuwe werk wel de virtuele wereld? De 'realité augmenté' (verhoogde werkelijkheid)

Het idee was dat ik een zwart-witstrip zou maken over een Belgische locomotief uit het jaar 1939. Ik heb er alleen gedurende twee jaar aan gewerkt. Het was een eenzaam, heel grafisch werk, een terugkeer naar de strip. Die moderne, technologische dimensie sprak me net zo aan. Het is vooral geen gadget, maar gaf me de mogelijkheid om een virtuele pop-up van een oude locomotief te tonen. We zijn momenteel het procédé aan het perfectioneren. Je krijgt het gevoel dat de locomotief uit de strip springt en weer reist. Het is toch wel een kinderdroom, als in een boek, een cadeau, iets tevoorschijn halen wat verborgen was. Het is me niet te doen om de technologie an sich. Er zit wel degelijk een betekenis achter. Voor dit project had iemand me in contact gebracht met 'Dassault systèmes' - ikzelf kende hen niet - voor een cultureel project in Marseille. Toen ik die technologie onder ogen kreeg, was ik van mijn sokken geblazen. Ik heb hen toen gezegd dat het voor het project in Marseille niet zou werken, maar dat ik wel een ander idee in gedachten had waar hun technologie wél tot zijn recht zou komen, namelijk mijn nieuwste strip. Ik heb hen gevraagd of ze hun technologie op die manier wilden toepassen op mijn boek. Het was dus niet mijn uitgever of Dassault zelf die me benaderd had, ik heb die technologie gezien en ik dacht, wauw, daar wil ik mee werken, dat wil ik aan mijn lezers schenken.

Het is dus echt wel toevallig tot stand gekomen.

Inderdaad, geheel toevallig. En ik was dan ook heel blij dat Dassault toestemde. Dat vond ik formidabel, zo'n opwindend avontuur, omdat het niet voorzien was.
Wanneer je hard werkt, alles echt tot in de puntjes uitdiept, opent het soms deuren.
Het is niet alleen gelinkt aan een verhaaltje, maar ook aan een locomotief, aan ingenieurs, aan spitstechnologie uit die tijd en aan huidige technologie. Ik ben maar een tussenpersoon.

U verbindt beiden.

Inderdaad, ik verbind een hoogtepunt van de huidige technologie met een hoogtepunt uit de technologie van die tijd. Dat schept me echt genoegen.

Van wie kwam het idee om een verhaal te maken over een locomotief. Heeft de gemeente Schaarbeek u gevraagd om er een verhaal over te maken voor het museum of kwam het van u uit?

Ook hier is alles bij toeval tot stand gekomen. Ik werkte voor het museum en men vroeg me een scenario te schrijven. Men heeft me alle locomotieven getoond. Ik mocht over om het even welke een verhaal maken. Toen ik de 12 onder ogen kreeg, werd ik op slag smoorverliefd. Dat was 'em!. Hij was magnifiek, ik was helemaal verkocht. Ik zocht er alles over op, de plannen, de geschiedenis. Het bleek een wonder der techniek met een verbluffend verhaal. Ik heb er een legende over gehoord, waar veel van waar bleek te zijn: er bestonden zo'n 6 locomotieven, en in 1964, toen het stoomtreintijdperk ten einde liep, waren er al 5 naar de schroothoop verwezen. De laatste was de 004. Spoormannen zouden hem gered hebben. Zij wilden hem redden, in weerwil van de hiërarchie. Ik vond dat een fantastisch verhaal. Mensen die gehecht waren aan hun vak, die fier waren. Dat wilde ik vertellen.

Iets wat in onze moderne tijd steeds zeldzamer worden.

Exact, we hebben allerhande hulpmiddeltjes. Uw gsm of laptop laat u binnen 6 maanden links liggen omdat er een nieuw model uit is. We zitten in een consumptiemaatschappij, waarin alles altijd maar sneller gaat. Ik heb daar geen probleem mee, maar stel u in de plaats van iemand die bijna heel zijn leven in 1 machine heeft doorgebracht, die er verantwoordelijk voor was. Zij máákten energie. Beeldt u eens in, energie maken! Je gooit kolen op het vuur, dat vuur maakt water warm en met de vrijgekomen stoom drijf je een hele trein aan. Het waren echte alchimisten!. Het waren heren, de heren van het spoor. Ik vind dat mooi. Begrijp me niet verkeerd, ik zeg niet dat men weer stoomlocomotieven moet maken. Maar we moeten dit wel weten. Het zijn mooie verhalen, die ik als tekenaar nieuw leven wil inblazen.

We hebben foto's bekeken van de trein, en hij is inderdaad beeldschoon. De lijnen deden me zelfs aan Horta denken.

Ja, er heeft een designer aan gewerkt, ze experimenteerden volop met aerodynamica. Er was echt over alles nagedacht. Voor een tekenaar is dit plezierig werken: je wordt geconfronteerd met oude locomotieven, nieuwe vormen. Daar een zwart-witstrip over maken, is fantastisch. Je voelt de kolen, je ruikt de olie, je voelt het vet, de rook. Ik heb ritjes gemaakt met een stoomtrein, en ik zag er pikzwart uit achteraf. Zo kon ik in de huid kruipen van die spoormannen. Het geeft iets extra's aan de tekeningen, want je hebt het meegemaakt. Je begrijpt hun ervaring volkomen.

Hebt u een voorkeur voor zwart-wit of voor kleur?

Sommige strips zijn in kleur verschenen, andere in zwart-wit, sommigen in beide. Samaris, de eerste van de DS was in kleur, dan De toren in zwart-wit, ...Ik hou van beide. Wanneer ik in kleur heb gewerkt, wil ik zwart-wit doen en omgekeerd. Het is voor mij evenveel werk. Het ene is niet gemakkelijker dan het andere.
Ik houd van zwart-wit omdat het de echte tekening weergeeft. Je moet meer zoeken, je hebt geen kleur om je achter weg te steken als er iets fout zit. Alles is wit en zwart. Je bent naakt. Daar hou ik wel van. Het is een test. Wie in zwart-wit werkt, ik zie direct het verschil. Alleen een goede tekenaar kan echt in zwart-wit werken. Een strip in zwart-wit, is voor mij het meest oprecht.

Vooral nu, waarbij je met een digitale inkleuring enorm veel fouten kunt wegstoppen.

Voilà, daar hebt u het. Er zijn hele goede inkleurders hé, virtuoos zelfs, maar dat helpt niet om de juiste mise-en-scène te vinden, de juiste gezichtsuitdrukking. Soms is het zo virtuoos dat je er een overdosis van krijgt. Net een hamburger met een teveel aan allerhande smaken: zout, suiker.
Als ik Hergé zie in zwart-wit, dat vind ik subliem. Hij was op zijn toppunt met De Blauwe Lotus in zwart-wit. Ik hou van Kuifje in kleuren, maar toch. Zwart-wit is een discipline om verhalen te vertellen. Ik heb hier platen van Flash Gordon, van Terry and the Pirates, dat waren virtuozen van het zwart-wit. Die verhalen moet je niet in kleur lezen.

Nochtans heeft Milton Cannif redelijk wat platen in kleur gemaakt.
(ondertussen begeleidt hij ons naar enkele ingekaderde platen, in zijn werkstudio, van bovenvernoemde artiesten)


Ja, voor sommige kranten, de zondagsstrips. Maar in zwart-wit is het pas echt formidabel. Het is perfect zo. Ook de lettering is subliem. Dat is echt niet met de computer gedaan! Wondermooi, bekijk de personages. Het is een meester. Krazy Kat is ook zo geniaal. Picasso, Orson wells,... waren allemaal fan. Het leeft.

Het taaltje is ook fantastisch.

Inderdaad. De Amerikaanse strip van toen én die van nu vind ik het beste wat de stripwereld gekend heeft. De Amerikanen maken nu fantastische graphic novels. Veel in zwart-wit.

Wat denkt u van manga?

Ik vind dat er formidabele boeken tussen zitten. Ik lees natuurlijk niet alles, want manga is zo uitgebreid. Ik ken Taniguchi, maar er zitten pareltjes tussen.

In zwart-wit.

In zwart-wit. En dat is geen toeval. Het is een fantastische school.

Laten we het even over uw welgekende passie voor Brussel hebben. Is die alleen ontstaan omdat u er woont?

Zonder twijfel, maar ook omdat het een stad is waar niet genoeg van gehouden wordt.

Ikzelf werk in Brussel, maar kom er niet vaak buiten het werk. Vele Vlamingen denken maar 2 dingen over Brussel: vuil en vol met criminaliteit...

Daarom verdedig ik ook mijn stad. Ik vecht omdat ik het gevoel heb dat niemand van mijn stad houdt. Mocht ik in Brugge wonen, dan had ik zoveel werk niet, die stad is al gerestaureerd, die is af, iedereen houdt van die stad. Gent ook, dat is ook een hele mooie stad. In Brussel is nog veel te doen, en je moet ervoor vechten. Ook omdat het een rare stad is, een gebroken stad.

Zoals het Justitiepaleis dat vlak naast de Marollen ligt, en er gebouwd werd om de bewoners van die wijk onder de knoet te houden.

Eerst ging er zelfs een trap helemaal tot beneden komen, waardoor de Marollen volledig platgelegd zouden zijn. Daar is gelukkig niets van in huis gekomen. Brussel heeft een geweldige geschiedenis. Het is een Spaanse stad geweest, een Franse, ... nu is ze Europees – en betaalt dat duur.
Het is een stad op een kruispunt. Daar hou ik van, ik voel me verbonden met de hele wereld. Het is geen comfortabele stad. Het is een stad waarin je clashes hebt, heden versus verleden, Vlamingen-Walen, andere culturen, er worden enorm veel talen in gesproken. Daar hou ik van. Ik wil niet in een museumstad wonen. Ik wil geen toerist in mijn eigen stad zijn.

Het is ook de inspiratiebron van De Duistere steden.

Ja, elk album gaat over Brussel. Urbicande, Samaris, er zit overal iets van Brussel in. Het Skieve meisje – de skieven architèc... Ik ben een kind van Brussel

Hoe zou u Brussel reconstrueren als u daartoe de kans zou krijgen? Zou ze ook zo chaotisch zijn?

Ik wil niet heropbouwen, ik wil ze verzorgen. En verzorgen betekent ook aanvaarden. We moeten niet alles platgooien.

Zoals Haussmann?

Ja maar, Haussmann, is een ander paar mouwen. Hij heeft Parijs gered. Er is veel vernield, maar Parijs was zo klaar voor de toekomst. In Brussel is dat anders gegaan. Wat zou ik doen?
Eerst begrijpen wat de kwaliteiten van alle periodes zijn, ook de moderne, en dan verbeteren, met respect voor het bestaande. Om welzijn te vinden moet je welzijn maken. Het is dus een subtiel werkje. Je moet de mensen goesting geven in Brussel te komen wonen. Dat is nu niet het geval. Zeker niet voor Vlamingen.

Jaren geleden werden subsidies uitgetrokken om Vlamingen aan te moedigen in Brussel te komen wonen, maar met niet zo veel succes.

Velen zien een slecht imago, en dat veranderen vergt tijd. De Brusselaar moet eerst opnieuw fier worden op zijn stad. Veel werk dus.

Om tot hier te komen, had ik even op Google Maps gezien. Wat me opviel is dat Brussel zo groen is! Bijna elk huizenblok heeft tuinen met veel bomen. Zelfs in Gent is dat niet zo. En veel parken!

Brussel is 15 keer groener dan Parijs. 15 keer! Maar steekt het weg. Er is dus wel degelijk levenskwaliteit. Ik heb mijn huis – vele jaren terug weliswaar – voor een appel en een ei gekocht. Ik heb een heel ruime tuin, zelfs ook met bomen in.

Is uw visie van Brussel – namelijk verbeteren zonder te breken – tegengesteld aan die van uw broer? Hij maakt 'natuursteden', toch volledig anders.

We zijn complementair. Ik ben een zwartkijkende utopist, hij ziet alles positiever, lichter in. Ik kan chaotische beelden maken, maar kan me moeilijk in zijn naïviteit inwerken. Hij wil meer ingrijpen.

Zo maakt hij een nieuw type tram. Zeer licht.

Ja inderdaad hij is van bambou . Ik vind dat hij heel goeie ideeën heeft...


Dit is het eerste deel van het interview. Binnenkort deel 2!

Royale de Luxe en Chris Van de Meerssche

Royale de luxe