stripinfo.be wordt gratis aangeboden, maar de site in de lucht houden kost wel geld. Daarom vragen wij u vriendelijk uw ad blocker uit te schakelen op deze site. Bedankt voor uw steun.

Interview

Griffo


Tijdens het voorbije stripfestival van Angouleme hadden we de kans om een Griffo te interviewen. Hoewel zijn naam het niet laat uitschijnen is hij een van de weinige Vlaamse auteurs die is doorgebroken in Frankrijk. Hij werd bekend met reeksen zoals S.O.S. Geluk, Giacomo C., Sherman. Hij werkte al met de bekendste scenaristen en kan verschillende stijlen aan. Binnenkort verschijnt er een nieuwe reeks van zijn hand: “Het orakel van de maan” en hij werkte ook mee aan een drieluik dat verschijnt bij de collectie vrije vlucht van Dupuis. Redenen genoeg om deze grootheid van het stripverhaal eens aan de tand te voelen.



Uw echte naam is Werner Goelen, hoe komt u dan tot een pseudoniem als Griffo, of is de naam uit commerciële overwegingen ontstaan?
Toen ik als jonge gast tekeningen begon te publiceren koos ik als pseudoniem de naam Milio, naar mijn grootvader die van Italiaanse afkomst was. Maar doordat die tekeningen soms nogal erotisch waren, en ik mijn opa toch niet in diskrediet kon brengen heb ik een andere naam gekozen, die toch ook Italiaans klonk
Het grappige is wel dat ik nadat ik in Spanje ben gaan wonen, heb ontdekt dat grifo het Spaanse woord is voor “tapkraan”, de houten kraan die ze in een vat wijn slaan. Gelukkig is dat wel met 1 f geschreven en niet met 2 zodat het toch niet helemaal hetzelfde is.

Leest u zelf nog graag strips?
Waar ik woon heb ik weinig of geen keuze om aan strips te geraken, maar mijn uitgevers zijn doorgaans wel bereid om me zo nu en dan een selectie op te sturen die van een goede kwaliteit zijn maar meestal lees ik romans of documentair werk.

U hebt al met alle grote scenaristen samen gewerkt, met Jean Van Hamme, Dufaux, Cothias, Desberg. Hoe zijn die samenwerkingen ontstaan?
Goh, hoe gaat dat in het leven, ik ben een tweeling en die zijn naar het schijnt nogal wispelturig, dus ik ben nogal geneigd om te experimenteren zowel met de tekenstijl als met de keuze van het scenario. Ik ben begonnen met het tekenen van “Ton en Tinneke”, een reeks van Franquin, dit bezorgde me wel toegang tot de grote stripwereld, maar ik wilde iets anders doen, meer realistisch in plaats van komisch.
Zo was ik mijn eerste album (“ L’ordre du dragon noir “uitgegeven bij Michel Deligne) gaan aanbieden bij Dupuis, en in de gang kwam ik iemand tegen in een groene parka. Ik zei vriendelijk goeiedag, en toen ik verder ging voor mijn afspraak moest die man naar hetzelfde bureau. Toen bleek hij Jean Van Hamme te zijn, toen nog een beginnende scenarist, die nog een tekenaar nodig had voor een project. Het was eigenlijk een afgekeurde televisieserie: S.O.S. Geluk. Het klikte precies wel tussen ons, we waren alle twee net gescheiden en we reden alle twee met een rode sportwagen.
Met Jean Dufaux was het ook zo, we hadden afgesproken op de boekenbeurs van Brussel, maar we wisten niet hoe we elkaar gingen herkennen, tot bleek dat we alle twee wit haar hadden, en elkaar zo terugvonden, we hebben wel meer gemeen. We hebben hetzelfde geboortejaar en we hebben ook hetzelfde sterrenbeeld en zo stapelen de zogenaamde toevalligheden zich op en voor je het weet heb je een veertigtal albums op je palmares staan!

U heeft al veel verschillende strips gemaakt, historische strips, science fiction, hedendaags, en ook de tekenstijl is nogal verschillend van reeks tot reeks. Heeft u bepaalde voorkeuren?
Zoals ik al zei hou ik van afwisseling en van diversiteit. In de jaren negentig was dit bijna een nadeel, omdat ik niet een maar meerdere stijlen had die ik aanpaste al naar gelang het scenario. Er kwam nogal wat kritiek op die veelheid van stijlen maar er is toen toch een mentaliteitsverandering doorgedrongen, waardoor het nu toch meer aanvaard is als je verschillende stijlen hanteert in verschillende reeksen. Nu wordt het eerder als een sterkte gezien als je verschillende stijlen onder de knie hebt. Dat probleem heeft zich bijvoorbeeld nooit voorgedaan in de muziekwereld waar de muzikanten wel over die vrijheid beschikken zonder dat daar kritiek op kwam,wel integendeel.

Kan u ons meer vertellen over uw nieuwe stripreeks “Het orakel van de maan”, helaas voor ons, Nederlandstalige lezers moeten we nog enkele maanden wachten op een vertaling.
Het leuke is eigenlijk dat jullie niet moesten wachten op de vertaling, want die was gelijk klaar om te verschijnen met de Franse versie. Alles was klaar, maar niemand had gezien dat de titel niet klopte. Men had er “het orakel van de mann” van gemaakt, dus met een A te weinig en een N te veel. De binnenkant was wel ok, maar zo konden we het boek toch niet laten verschijnen, vandaar het uitstel.
“Het orakel van de maan” is een stripversie van de roman met dezelfde naam. De auteur van het boek Frédéric Lenoir, die een echte stripfan is, contacteerde me om er eventueel een stripversie van te maken. Ikzelf heb dan aan de omzetting gewerkt maar het werd me te zwaar om én de découpage, de tekeningen, de kleuren en de dialogen voor mijn rekening te nemen. Ik heb dus beroep gedaan op Rodolphe, een scenarist met ervaring in adaptaties. Hij heeft vanaf de helft van de eerste album de dialogen en découpage voor zijn rekening genomen. Ik was erg tevreden over zijn werk en besloot de hele serie met hem af te werken. Lenoir is sterk betrokken bij de bewerking, hij wou alles nazien om te zien of het wel strookt met hetgeen hij voor ogen heeft vooral dan de filosofische kant van het verhaal.
“Het orakel van de maan” kan je op drie niveaus lezen: het is enerzijds een liefdesverhaal, een soort onmogelijke liefde tussen een boerenjongen en een Venetiaans meisje van adel en kleindochter van de doge. Maar daarnaast is het ook een “degens & sabels”-verhaal. Daarenboven zit nog een derde meer filosofische kant aan het verhaal. Men kan het beschouwen als een initiatie verhaal dat gaat over de lotsbestemming van iemand, heb je je lot in eigen handen en heb je dus de vrije keuze om te beslissen of is je lot op voorhand al vastgelegd. Het hoofdpersonage krijgt in een voorspelling te horen dat hij tijdens zijn leven drie mensen zal doden, het orakel dus, dat hem gezien wordt door de geheimzinnige Luna. Zal hij zijn lot uiteindelijk zelf in handen hebben of niet?

Het verhaal speelt zich terug af in Venetië, net zoals uw andere succesreeks Giacomo C.
Ik hou van scharnierpunten, belangrijke periodes in de geschiedenis waar er plotseling veel veranderd, wetenschappelijk, politiek, filosofisch. Giacomo speelde zich af tijdens de verlichting. “Het orakel van de maan” speelt zich af in de scharnierperiode tussen de middeleeuwen en de renaissance, een ander moment in de geschiedenis waarin de mens begint van alles in vraag begint te stellen.

De tekeningen van “Het orakel van de maan” zien er veel gedetailleerder uit dan die van Sherman.
Voor Sherman wist ik vooraf dat het een verhaal in zes delen ging worden die door de uitgeverij in een korte termijn volledig gepubliceerd zou worden. Ik heb mijn tekenstijl dan ook een beetje aangepast aan de stijl van de andere reeksen uit het fonds, maar ook de tijdsdruk speelde mee natuurlijk. Voor “Het orakel van de maan” heb ik veel meer tijd en kan ik gedetailleerder te werk gaan. In tegenstelling tot “Sherman” sta ik voor “Het orakel van de maan” ook zelf in voor de inkleuring.

U moet enorm snel tekenen want de laatste tijd zijn er veel strips van uw hand verschenen, of staan binnenkort op stapel.
Miskijk je niet op de verschijningsdatums van al die strips, zo is mijn bijdrage tot “Spiegelingen” al 5 jaar geleden afgewerkt, maar om allerlei redenen verschijnt het pas in maart. Ook van Sherman had ik al enkele delen afgewerkt voor het eerste deel verscheen om zodanig een snel opeenvolgende publicatie te kunnen garanderen.

Kan u ons ook iets meer vertellen over “Spiegelingen”, het drieluik dat is geschreven door Valerie Mangin?
Eigenlijk zijn het drie verschillende verhalen, het uitzicht van de albums is wel gelijk, en ook de scenariste is dezelfde, maar voor de rest is er enkel de literaire vorm “mise en abymes“ waarin zich een verhaal in een verhaal afspeelt die een schakel vormt . De drie verhalen zijn wel alle drie raamvertellingen, maar staan zowat los van elkaar. Het verhaal dat ik teken gaat over de Franse schrijver Honoré de Balzac, een negentiende eeuwse schrijver en is tevens het eerst album van het drieluik.

Als uitsmijter kregen we nog deze tekening toegestuurd:

Ze heet Fanny, en ze speelt mee in een nieuw verhaal die Griffo samen met Desberg maakt voor Le Lombard! Ik ben benieuwd wat het zal worden!