stripinfo.be wordt gratis aangeboden, maar de site in de lucht houden kost wel geld. Daarom vragen wij u vriendelijk uw ad blocker uit te schakelen op deze site. Bedankt voor uw steun.

Interview

Ivan Adriaenssens


“Een dagboek is het dankbaarste wat er is”



Op de bovenste verdieping van de stripwinkel Atlantis in Oudenaarde zat Ivan Petrus Adriaenssens (44) aan zijn signeertafel. Nog een heel hoopje boeken lagen op hem te wachten en in ieder van hen zou hij een zorgvuldig gemaakte tekening plaatsen. “Kom maar hier zitten als je wil, ik kan tekenen en praten tegelijk.” Zo startten we aan een gezellig gesprek over Ivan zijn huidige passie: de Eerste WereldoorlogEvy Moerman

Jaren terug leerde ik Ivan Adriaensses kennen door zijn jeugdstrips als De Boeboeks, Orphanimo, De zusjes Kriegel,… Ondertussen heeft hij een serieuze carrièrewending ondergaan. Naar eigen zeggen was het tijd om iets te maken voor het volwassen publiek. “Toen Orphanimo gedaan was, dacht ik ‘wat gaan we nu doen’. Ik wilde al lang iets maken rond WOI. Ik vond dit boekje (wijst Odon aan). Het is een handgeschreven boekje van een soldaat uit de oorlog. Toen ik het las ging WOI pas echt voor mij open.”

Vanwaar je interesse in WOI?
“Ik ben al lang gek van geschiedenis. Van WOI wist ik dat het zich hier afspeelde, in de Westhoek. Dat is toch iets speciaal, ik moest mij daar in verdiepen. Daarom las ik het dagboek van Odon en leerde ik dat het toch compleet anders is dan de clichés over de loopgraven, de zandzakken en de prikkeldraad.” Odon begon op drie augustus, een dag voor de oorlog begon, te schrijven in zijn dagboek. “Dus de Duitsers staan op de grens en de vierde steken ze de grens over. Odon stapt de eerste weken van de oorlog, met 30 kilo op zijn rug, 30 kilometer per dag met het gedacht ‘waar zitten de Duitsers?’. Toen bestonden er nog geen gps of satellieten dus wie weet waar de Duitsers toen uithingen of hoe ze er nog maar uit zagen. Je moet een figuur hebben dat je in de oorlog trekt. Je kan niet zomaar 20-30 blz. vullen met wat decors en ‘amai, het was een erge oorlog.’ Je hebt emotie nodig en WOI zit vol met emotie. Dat was een eyeopener.”

Ivan bracht al vier oorlogsverhalen uit. Zijn boekenkast staat ondertussen vol met oorlogsboeken en dvd’s, een obsessie begint zich stilletjes aan te ontwikkelen. “Het dagboek van Odon is mij komen aanwaaien. Sindsdien komen de verhalen naar mij. Ik wilde Odon verstrippen, hij is in Pervijze geweest dus ik moest boeken over Pervijze hebben. Zo kwam ik terecht bij Elsie en Mairi, want ook zei zijn in Pervijze geweest. Toen wist ik ‘dit is nog niet af, dit wil ik ook ooit verstrippen.’ Nu zijn we zeven jaar later en ligt het verhaal hier naast mij.”

Een van zijn verhalen, Afspraak in Nieuwpoort, is uitgebracht in 3 talen. Niet voor niets natuurlijk, ook hier werd over nagedacht. “Ik had al een dagboek van een Vlaming uit het Belgische leger. (Odon) Voor Nieuwpoort moest ik dus ook weer een personage hebben. Ik las het dagboek van Raoul Snoeck, maar dan zat ik weer met een Vlaming en dan zouden alleen Vlamingen het kopen. Daarom heb ik er een Engelsman en een Fransman bij betrokken. Historisch gezien klopt dat ook heel goed want in Nieuwpoort zaten ook Fransen en Engelsen.” Dat de soldaten elkaar ontmoeten is een verhaallijn dat Ivan er zelf aan toevoegde. “Het is onmogelijk om zomaar een verhaal te vinden dat bij elkaar past. Dat de soldaten elkaar ontmoeten is een stukje fictie dat ik eraan heb toegevoegd.”

Heeft het vierde personage, George Sheldon, echt bestaan?
“Ik heb hem gebaseerd op Burt Furts. Ik heb een paar feiten van hem in de strip verwerkt en toen nam ik contact op met de familie. Ze hebben me gezegd dat ik ofwel iets moest maken dat 100% over Burt gaat ofwel niets. Ik had hem al in het verhaal verwerkt, ik laat hem om de tien jaar naar Nieuwpoort komen, wat ook al fictie is, dus ik kon niet terug. Ik ben dan maar naar de begraafplaats in Koksijde geweest.” In Koksijde is de begraafplaats van de fuseliers. Hier pikte Ivan willekeurig een voor en achternaam uit wat leidde tot George Sheldon.



Elsie en Mairi

Elsie en Mairi waren twee verpleegsters in de oorlog en werden in die jaren hartsvriendinnen. Samen haalden ze nog nooit geziene toeren uit en startten ze een verzorgpost aan het front. Ivan verstripte hun dagboeken en dit leidde tot een enorm succes.

Vond je het belangrijk om te tonen hoe de vrouwen het er vanaf brachten in de oorlog?
“Al de oorlogsverhalen zijn meestal heel macho, de Rambo figuren. Elsie en Mairi waren twee heel moedige vrouwen. Er bestaan nog dagboeken van verpleegsters in een hospitaal maar die kunnen niet veel meer zeggen dan ‘ik heb die en die gewonde verzorgd.’ Elsie en Mairi daarentegen gaven nog lezingen in Londen en Schotland. Wat ze op die 44 maanden hebben meegemaakt is ongelooflijk. Ik denk dat dit door geen enkel vrouwenverhaal uit WOI kan worden overtroffen.” Een vrouw met een iets minder spannend leven was de schrijfster in het verhaal. Zij bracht de dagboeken van Elsie en Mairi samen tot één geheel. Net zoals bij Afspraak in Nieuwpoort heeft zij echt bestaan maar heeft Ivan haar gefictionaliseerd. “Terwijl Elsie en Mairi verliefdheden beleven, bloed aan de handen hebben en tussen de ontploffingen zitten, dus het grote avontuur meemaken, leest zij uit de boeken. In Londen, waar ze vrij is, waar nog geen oorlog is, daar zit zij vast. Hier waar de oorlog is, beleven de twee verpleegsters de tijd van hun leven. Dat contrast vond ik mooi en bruikbaar.”

Het dagboek als bron van alles

Een dagboek lijkt een beperking in fantasie te zijn. Ivan hief zijn pen eventjes van zijn blad, keek me aan en tekende daarna verder. Hij heeft hier duidelijk een andere mening over. “Het is helemaal geen beperking. Gewoon het feit dat het echt is maakt het interessant. Mensen kunnen dieper gaan graven. In Odon wordt er verteld naar welke plaatsen hij allemaal geweest is, de mensen kunnen eens naar die plekjes gaan en er meer over opzoeken. Dus vanuit een dagboek worden er lijntjes getrokken naar andere soldaten en andere gebeurtenissen. Een dagboek is het beste wat er is, het beste om u op te baseren.”

Dagboeken moet je altijd kritisch bekijken. Heb je al eens gedacht dat wat je publiceerde misschien niet helemaal waar is?
“De geschiedenis heeft Odon achterhaald. Hij schrijft op 1 januari 1915 dat er een wapenstilstand was, nu weten we dat dit op Kerstmis was. Op 24 december 1914 werd er gevoetbald op het front. Dat is gewoon een fout van hem. Daarom moet je twee dagboekfeiten hebben en dan is het bevestigd. Iemand kan altijd fouten maken in zijn dagboek.”

Ivan wilde zo waarheidsgetrouw mogelijk tekeningen maken. Daarvoor baseerde hij zich op foto’s. Voor Afspraak in Nieuwpoort kon hij zich baseren op de foto’s die hij had gekregen voor het fotodagboek van Maurice Braet. “Er bestaat een strip Ypers memories (Glogowski) en daar komen soldaten van 1915 Ieper binnen. Ieper is dan verwoest maar het decor van de totale verwoesting van Ieper in 1918 wordt getoond. Dan denk ik, omdat je dat al zoveel hebt gezien, dat hij er drie jaar naast zit met zijn decors. Dat zijn dingen die ik probeer te vermijden.”

De critici

Heb je zelf al eens commentaar gekregen op tekenfouten?
“Ja, maar de critici zijn van goede wil. Op de achterkant van Afspraak in Nieuwpoort staat een Belgische soldaat. Ik kreeg er een mail over waarin stond dat ik een soldaat met een mauser had getekend van 1914 maar dat de bajonet van Argentijnse oorsprong is en niet van de Belgische. Ben ik dan zo gedetailleerd dat ze dat allemaal kunnen zien? (lacht) Maar dus, de ribbels in het handvat, dat is van een Argentijnse bajonet uit de jaren 20 en niet van 1914. De man die me corrigeerde werkt bij het legermuseum en liet me weten dat als ik nog iets wil weten van wapengerei, ik hem altijd mag bellen. Dat is fantastisch, ze geven kritiek maar ze geven ook wel oplossingen.”

Ivan geeft veel lezingen in scholen over WOI. Hij liet al meerdere malen vallen dat hij zo ook jongeren wil aansporen om zich te verdiepen in de oorlog. Elsie en Mairi is ondertussen aan zijn tweede druk toe. We kunnen dus wel spreken over een geslaagde opzet “Steeds meer en meer leerkrachten staan aan mijn signeertafel. Ik denk wel dat het wordt opgepikt door de leraren en de jeugd.”

Een iets wat directere vraag. Kom je rond als striptekenaar? Of moet je nog bijklussen? Je hebt de volle 2 jaar aan Elsie en Mairi gewerkt en dan moet er toch ook geld in het laatje komen.
Ik moet zeer zeker nog andere jobs bijdoen. Het is een gevecht, het is er 2 jaar op kauwen en voorbereiden. Uitgevers betalen zeker mijn loon niet dus je moet ergens anders je financies rond krijgen en op je tanden bijten. Nu krijg je dat dan terug. Ik ben nog bezig met een animatiereeks. De reeks heet Aya, en verschijnt op vtmKzoom. Ik kan beide dingen combineren.” De reeks gaat over een alien die terecht komt in het tuintje van Otto en Belle. De alien doet een schrik op van het verkeer en Otto en Belle zullen hem helpen vertrouwd te geraken met het verkeer. “En ondertussen leren de kleuters er ook nog iets van.”

Ben je ooit van plan om uw oorlogsverhalen te laten verfilmen?
“Niet in animatie maar wel life. Daar weet je de komende weken meer over. Het is 1 kans op 100 dat zoiets lukt, ik ben al genoeg met mijn kop tegen de muur gelopen om er realistisch in te zijn. Het zou een film zijn dat zich voor de helft in 2014 en de helft in 1914 afspeelt. De stukken van 1914 zou ik in animatie doen. Of beter gezegd: life figuren, op getekende decors in sepia. Een film van twee uur is heel duur, dat hou je niet voor mogelijk. We hebben dat geprobeerd met Elsie en Mairi en je vindt er nergens geld voor. Ieder stukje decor, elke ambulance, het moet allemaal gebouwd worden.”

Je maakt dagboekverhalen waardoor we het verhaal door de ogen van mensen in de oorlog meekrijgen. Nooit wordt er duidelijk een schuldige aangewezen. Zou het voor u een verschil maken?
“Er is altijd het gegeven van de schuldvraag. De Duitsers zijn de oorlog begonnen, maar Willem II en Von Schlieffen zijn de oorlog begonnen. De jonge gasten die naar het front werden gestuurd zijn op zich niet in fout, ze volgden hun orders op. Is het dan de moeite om te zeggen dat de Duitsers slecht waren? Eigenlijk niet. Dat is het goede aan de film All quite on the western front. Daar zie je de Duitsers opgehitst worden en naar het front trekken, daar zie je heel de oorlog vanuit Duits standpunt. De sleur en de band doorbreken, dat was voor de Duitsers en voor de Engelsen waar. Je kunt niet zeggen ‘die was fout en die was juist.’ Dat zou het ook minder boeiend maken. Dan zouden alle verhalen hetzelfde zijn. Mocht ik morgen een dagboek vinden van een jonge Duitser die naar de oorlog moet en die zijn vrouw en zijn moeder moet achterlaten, als dat iets krachtig en emotioneel is, dan zal ik dat verstrippen. Het moet gewoon intrigeren, om het even welke nationaliteit het ook gaat.”

Stilletjes aan loopt het gesprek op zijn einde, maar we kunnen natuurlijk niet vertrekken zonder ons nog te informeren over de toekomst.

Heeft de toekomst nog oorlogsverhalen voor ons in petto?
“Ja, tot 2018. In 2019 moet ik niet zeggen ‘Nu heb ik een goed idee over de Eerste Wereldoorlog’ (lacht)”