stripinfo.be wordt gratis aangeboden, maar de site in de lucht houden kost wel geld. Daarom vragen wij u vriendelijk uw ad blocker uit te schakelen op deze site. Bedankt voor uw steun.

Interview

Ilah


Op een waterachtige avond gaat het er heel filmachtig aan toe in Brussel centraal, het treinstation (ik steel even deze uitspraak van mijn doelwit). Aan de trapleuning tegenover de grote aankondigingsborden van de binnenkomende treinen, zou ik staan met de strip Cordelia in de hand. Een sms’je om dit mee te geven aan mijn praatgenoot die nog onderweg was en mij totaal niet kende. Op dat moment word ik omsingeld door een groepje militairen. Ondertussen was Inge Liesbeth Alfonsina Heremans of Ilah in het kort naar daar onderweg met de metro. Geef toe, je hoort de filmmuziek in je hoofd opwellen… En dat was nog voor de start van wat een boeiend interview ging worden.
Even later zaten we alsnog in het favoriete Brusselse café van Ilah en was ik klaar om mijn eerste vraag af te vuren.

Wat was de inspiratie voor Cordelia?
Na mijn studie grafisch ontwerp aan Sint Lukas, waar we verplicht werden om elke dag te tekenen in een schetsboek en wat ik toen niet graag deed, ben ik naar Leuven gegaan om filosofie te studeren. Daar vond ik de zin om te tekenen in een schetsboek terug. Wat ik overal zag, de dingen die mensen zeiden, het kwam allemaal terecht in mijn schetsboek. Op het einde had ik er dan ook een aantal vol en mijn man zei dat ik er iets moest mee doen. Bijgevolg heb ik een aantal schetsen opgestuurd naar een viertal kranten en magazines. Van twee kreeg ik een afwijzingsbrief maar zowel ‘De Standaard’ als ‘De Morgen’ wilden met mij erover praten. Na een gesprek met Yves Desmet, hoofdredacteur, waar het direct zeer goed mee klikte, heb ik gekozen voor ‘De Morgen’.
Ik moest nog wel een naam kiezen voor het figuurtje en ik wou daar zeker niet mijn eigen naam voor gebruiken. Het moest in het midden blijven wie het was. Soms is Cordelia wel semi-autobiografisch maar soms ook totaal niet. Het is wat ik zie rond mij of wat ik meemaak of opvang van andere mensen. Bijgevolg moest de naam niet direct aan mij gelinkt zijn en toch … In het verleden, toen ik nog heel jong was, heb ik gerepeteerd en daarbij speelde ik de jongste dochter van King Lear. Zij noemde Cordelia. Het is hierdoor niet mijn eigen naam, niet ik geworden, maar toch een naam die dicht bij mij ligt.



Hoe vind je de ideeën voor Cordelia?
Alles kan als inspiratie dienen. Ik kijk continu rond mij. Soms zie ik te veel zelfs, ben ik te nieuwsgierig. Bijvoorbeeld laatst zat ik in de bus en ik zag een man voor mij zeer geconcentreerd kijken naar het scherm op zijn smartphone. Natuurlijk, dacht ik, het is nu simpel om op het openbaar vervoer naar filmpjes of muziek te kijken onderweg... maar toen ik zag naar wat hij keek.. het was harde porno. Ik was echt gechoqueerd. Zo’n concentratie en dan die harde porno. Dat beeld staat me nog steeds bij…. misschien moet ik er wel iets mee doen in Cordelia.. mmhh..
Maar zoals gezegd, ik zie alles, ik hoor alles. De manier waarop iets gezegd wordt, het beeld dat iets of iemand vormt op een bepaald moment.. alles neem ik mee. Ik zie ook heel vlug wat er fout loopt en als er iets niet helemaal klopt. Maar niet om uit te lachen hé. Ik denk dan eerder van ‘Ah, oef!’. Ik zie zaken liever als er iets mis mee is. Ik vind het mooier zo. Ik bedoel maar, lippenstift op de tanden.. niks zo ‘lovable’ toch? Ik heb er dan ook altijd direct verhaaltjes bij, bij wat en wie ik zie. De achtergronden van mensen of dingen, van waar komen ze, wat doen ze hier en wat gaan ze doen.. best vermoeiend. De beelden blijven komen in mijn hoofd. Als ik op reis ben, heb ik dan ook dikwijls mijn schetsboek mee. Een soort van security blanket waar ik alles kan in noteren wat me opgevallen is en dat ik dan zo ook op orde kan zetten. Dat is voor mij veilig. In het dagelijkse leven hier is dat moeilijk. Ik probeer het dan te onthouden. Soms ben ik op de metro of bus op mijn been het al virtueel aan het tekenen hoe iemand zit of hoe de schaduw viel, om het in mijn vingers te hebben en te onthouden.



Van al die ideeën en stroken die in ‘De Morgen’ zijn terecht gekomen, hoe maak je dan de keuze over wat in deze ‘Cordelia verschoont zich’ terecht komt?
Voor de eerste keer heb ik de keuze zelf gemaakt. Eerlijkheidshalve qua grote pagina’s heb ik bijna wel alles gebruikt dat ik had. Ik denk een tweetal niet, ten voordele van de stroken die ik sterker vond. Sowieso wou ik niet te ver terug gaan in het verleden. Het mocht niet te veel uiteen lopen. Ik kreeg wel de mening van mijn uitgevers. Het zijn een man en een vrouw, dus waren zij al niet altijd akkoord met elkaar over wat goed was en wat niet. Dat maakte het voor mij gemakkelijker om mijn zin te doen. Als ze het beiden goed vonden, dan tja.. maar eigenlijk heb ik echt wel zelf alles kunnen bepalen. Wat ik grappig vind zit er in.
Ik heb alles uitgeprint en op de grond naast elkaar gelegd. Zo kon ik zien wat goed bij elkaar ging en wat niet. De volgorde is immens belangrijk. Mensen zien een spread hé, als ze het boek open slagen. En dat is wat dan juist moet zitten. Dat algemeen overzicht op de grond was voor mij belangrijk om dat juist te krijgen. Wat werkt naast elkaar, is samen gezet. Er zit bijgevolg een duidelijk stramien in.
Desalniettemin moest ik alles aanpassen. Het formaat van een krant en van een boek zijn niet hetzelfde. Vooral de achtergronden moest ik opnieuw plaatsen om juist te zetten voor dit formaat. Nog maar goed dat ik grafische vormgeving gedaan heb zodat ik zie hoe een beeld dient te werken op een ander formaat.. *lachje* .. In een boek kan het niet dat een achtergrond dicht tegen de vouw geplaatst wordt want dat is minder leesbaar. Of de stroken.. Ze staan in een andere richting in dit boek dan in een krant, bijgevolg dienen de individuele tekeningen alsook de achtergrond anders gepositioneerd te worden. Het is echt allemaal opnieuw gezet.
Het is de eerste keer dat ik zoveel input had en dan vond ik echt tof.

Hoe zat het vroeger dan?
Vroeger gaf ik de uitgever een hoopje tekeningen en hij mocht kiezen en bepalen hoe het er ging uitzien. Maar ik doe dit nu liever. Ik ben oud genoeg geworden om dit te doen. Ik kan het… *lachen*

Meestal kies je voor de lach, maar hier is ook duidelijk gekozen om 22 maart een plaats te geven. Waarom?
Het is heel belangrijk.

Ik heb nooit de intentie gehad om die eerste tekening erover te publiceren. Ik wou die gewoon toen op facebook tonen. Mijn zoon en ik waren toen samen en we waren continu alles aan het volgen, via twitter, tablet, televisie,.. We waren op hetzelfde moment verschillende kanalen aan het volgen om toch maar alles te weten. Ik vond het toen zeer raar dat er nog mensen waren, zelfs die ik ken, die gewone zaken posten op facebook. ‘Leef jij wel in België?’, dacht ik dan. Ik moest dus iets posten, voor mij! Wat ik voelde en wat wellicht wel het algemene gevoel was, dat wou ik er opzetten.
Daarnaast zijn er ook mensen die zaken niet zo maar gezegd krijgen. En voor hen is het belangrijk dat ze iets hebben om te delen om te tonen wat zij denken. Voor hen was zoiets als wat ik deed dan ook welkom. Die tekening is dan ook opgepikt.
De tweede tekening over 22 maart werd door ‘De Morgen’ gevraagd. Normaal dien ik woensdag de tekening aan te leveren die voor de weekend-editie gebruikt wordt. Die was echter toen al af. Dinsdagavond kwam de vraag binnen om rond de aanslagen iets te maken. Ik was dat eigenlijk zelf ook van plan. Ik heb dan de dag getekend zoals die was voor mijn zoon en mij. Het was een onwezenlijke dag. We waren al vlug gericht op Zaventem toen het gebeurd was, en dan kwam het bericht van Maalbeek. Dat was echt zo onwezenlijk: dit in Brussel? Mijn Brussel?.. weet je wel.
Misschien ook net daardoor had ik geen schrik. Ik heb geen angstgevoelens gehad van de aanslagen. Het is zoiets als een natuurramp. Het gebeurt en je kan er niks aan doen. Het heeft dan ook geen enkele zin om uw leven te beperken.

Een paar technische vraagjes.
Waarom werk je met een achtergrond-tekening tussen de tekeningen op de voorgrond?
Dat is het tweede plan. Het zijn gedachten en ik wil dat de lezers dat ook denken. Maar meer weergegeven in contouren want het blijven wel maar gedachten. Het voegt ook een extra sequentie toe. Het brengt meer beweging in het verhaal. Het is meestal uit een ander hoek neergezet. Hierdoor krijg je meer invalshoeken te zien, meer standpunten. Het mag niet hetzelfde zijn, het moet letterlijk een ander standpunt zijn.
Hierdoor geeft het ook meer een gevoel van ruimte. Als ik het zou moeten doen tussen de gewone tekeningen, waarin het camera-standpunt verandert, dan moet ik daar ook rekening mee houden in de volgende tekeningen. En ik werk graag telkens vanuit één standpunt voor de opzet van mijn verhaal. Om meer dimensie te geven heb ik die achtergrond nodig. Het zoals even met de ogen knipperen en een splitseconde een ander standpunt innemen om dan weer verder te gaan. Of zoals een golf die je vanuit één kant ziet om dan plots het van links of rechts of zelfs van binnen in de golf te zien.



Waarom wissel je af met gekleurde en witte pagina’s?
Oorspronkelijk waren ze allemaal gekleurd. In de krant vormt dat een soort van natuurlijke kadrering. Maar hier was het alsof ik gekleurd papier had gebruikt, wat niet klopte natuurlijk. De achtergronden zijn gekleurd, niet het papier. En het was eigenlijk ook niet nodig voor elke tekening.

Je hebt dus per tekening beslist om de achtergrond wit te laten of niet?
Per spread hé. Je kijkt altijd naar de twee pagina’s. Ze vormen samen één beeld en daar moet het dus voor kloppen.

Je gebruikt ook niet echt een kadrering in het boek?
In de krant vormt zich dat automatisch door het afbakenen van de andere pagina-elementen. Hier is dat eerder toevallig. Eigenlijk zou ik het liefst hebben dat het was zoals in mijn schetsboek. Elke tekening heeft daar zijn eigen pagina en je moet een blad omslagen voor de volgende tekening. Elke pagina is zijn eigen kader. Ik vind het jammer dat je in de krant niet de pagina moet omdraaien om het vervolg te lezen.
Daarnaast zijn kaders ook nogal traditioneel. En dat zag ik niet zo zitten toen ik begon met Cordelia. Ik wou net iets anders doen dan al de andere strips, er uit springen. Daarom ook dat ik toen geen tekstballonnen gebruikte. Dat laatste doe ik ondertussen al wel.

Je verzint ook regelmatig nieuwe woorden. Hoe kom je er op?
Genetisch! Mijn vader had dat ook. Het heeft mij ook altijd gefascineerd, de woorden. De achtergrond van woorden, van waar ze komen, het boeit me. En als je een woord eindeloos herhaalt, dan kan je heel vreemde of toffe effecten krijgen. Zo van die maffe woordfouten vallen me ook dadelijk op. Je kan het ook gebruiken om veel te onthouden. Reeksen letters onthoud ik door er zinnen mee te maken. Ik speel met woorden.
Een woordbeeld leeft. Je kan daar heel leuke dingen mee doen om zo zaken uit te leggen.

Wat brengt je toekomst?
Als freelancer is dat onzeker. Ik geef natuurlijk wel les en ik vind dat wel heel tof om te doen, het begeleiden van jonge mensen. Maar heel die administratieve last als zelfstandige vind ik totaal niet leuk. Ach, we zien wel.

Als afsluiter, geeft Ilah me nog een tekst, geschreven door haar man, die ik gerust mag gebruiken en waar ik bij deze dan ook een stukje uit pik:
“Inge, Ilah,.. al vroeg bezig met taal, al lang bezig met denken, is een volleerd expert in de liefden is tekenares, filosofe, mama, lerares, auteur van vele boekjes, verschijnt in verschillende kranten, is soms slaand, vaak zalvend, bovenal grappig, even mooi als ze onzeker is en weet zichzelf en de wereld als geen ander te relativeren. Daarom is haar werk zo herkenbaar. “

(Oh ja voor diegenen die zich toch de vraag stelden over wat die militairen daar deden.. ik stond blijkbaar op het punt dat ze verzamelen voor de wissel der wacht.. niet zo spectaculair dus en weg filmmuziek..)

witam