Juffrouw Baudelaire

Avatar Fumetti
3668
Stripbiografieën zijn de laatste jaren steeds meer in trek gekomen. Reinhard Kleist kon zich al uitleven met figuren uit de wereldgeschiedenis (Castro), muziek (Nick Cave, Johnny Cash) en meer recent waagde hij zich aan het bokswereldje.
Vooral figuren uit de beeldende kunst lenen er zich toe om via dat andere medium dat met vaste beelden werkt, strips en graphic novels, opnieuw tot leven gebracht te worden. Monet, Gauguin of Schiele om maar een paar grote namen te noemen. Naast beelden uit hun vaak getormenteerde levens kunnen ook eigen interpretaties van hun meesterwerken worden weergegeven door de auteur, wat het lezen dubbel boeiend maakt. In ons taalgebied verdient zeker Typex te worden genoemd met zijn onvolprezen werken over Rembrandt en Andy Warhol.

Iets dergelijks lukt natuurlijk niet rechtstreeks met figuren wiens oeuvre voornamelijk uit geschreven teksten bestaat. Toch slaagden Michel Onfray en Maximilien Le Roy er wel degelijk in ons een inkijk te geven in het leven van de Duitse filosoof Nietzsche. En nu worden we vergast op een heerlijke verstripping van het leven van de Franse dichter Charles Baudelaire, net 200 jaar geleden geboren in Parijs.

Het wordt geen saaie opsomming van feiten. Yslaire bedient zich van een fraaie techniek: hij laat de maitresse van Baudelaire na diens dood in een brief aan moeder Baudelaire weten dat ze aanspraak meent te mogen maken op zijn erfenis, en vertelt waarom. Ze beperkt zich hierbij niet tot wat zij zelf voor hem betekende, maar begint bij zijn kindertijd.

Jeanne Duval, beter bekend als Baudelaires “Zwarte Venus”, is niet enkel zijn maitresse in een woelige relatie, maar ook zijn muze voor meesterwerken als Les fleurs du mal. Tot een huwelijk tussen Charles en Jeanne komt het niet, ze zal nooit Madame Baudelaire worden. Verder dan Mademoiselle Baudelaire zal ze dus niet geraken.

Ze geeft ons inkijk in het leven van de bohémiens van Parijs uit die tijd. Dandy Baudelaire vertoeft vaak in het gezelschap van wat als fine fleur van de Parijse kunstwereld uit die tijd kan gelden. Namen als Nadar, Gautier, Flaubert, Courbet of Manet, ze maken allemaal deel uit van Baudelaires leefwereld.

Jeanne vertelt in een prachtig poëtisch proza, wat in schril contrast staat met haar afkomst: ze is niet in het Frans opgevoed en leert maar door Baudelaires gedichten lezen en schrijven. Hier wordt dus waarschijnlijk wel een loopje genomen met de geschiedenis, maar niemand mag verwachten dat een beeldverhaal altijd historisch correct is. Door aan historische feiten beelden te koppelen, die per definitie de verbeelding prikkelen, verliest elke strip zijn historische betrouwbaarheid immers. Beelden dienen hier immers niet enkel om te illustreren maar ook om een emotie op te roepen.

En emoties zitten er volop in dit werk! Niet enkel door wat Jeanne vertelt, maar ook door de tekeningen van Yslaire. Gelaatsuitdrukkingen zijn koel en afstandelijk wanneer dit gevraagd wordt door de situatie, maar ook de diepste emoties bij vooral Charles en Jeanne komen passend tot uitdrukking.

De poëzie van Baudelaire zit vol metaforen. Jeanne geeft daarvoor ook een verklaring: “Alleen met metaforen kon hij zijn emoties kenbaar maken.” Ook Yslaire bedient zich van die techniek. Zo speelt de slang een belangrijke rol. Enerzijds als metafoor voor de penis (waarbij die metafoor soms zeer expliciet in beeld wordt gebracht), anderzijds is het een duidelijke verwijzing naar 1 van de mooiste gedichten uit Les fleurs du mal: Le serpent qui danse. Het loont de moeite dit gedicht eens te lezen om je te realiseren hoe Yslaire hiervan elementen weet te gebruiken in zijn verhaal.

Veel van de tekeningen lijken enkel geschetst. Ze contrasteren dan weer met andere plaatjes waar de lijnvoering zeer strak is. Yslaire wisselt potlood en pen af om een doelmatige mix te krijgen. De donkere inkleuring creëert een intimiteit die passend is wanneer je de zieleroerselen van de misschien wel grootste dichter uit de Franse literatuurgeschiedenis tracht te doorgronden.

Is alles dan rozengeur en maneschijn in deze geromantiseerde stripbiografie? Niet helemaal. Baudelaire speelt een rol in de revolutie te Parijs anno 1848. Yslaire bediende zich in Samber al eerder van dit historisch decor. Het gedeelte dat die fase uit Baudelaires leven behandelt is vrij dor in vergelijking met de rest van het boek. Hier primeren de historische feiten. Gelukkig gaat het maar om een klein deeltje in dit overigens prachtige levensverhaal. Het zal niet hetgene zijn dat de lezer zal bijblijven. De combinatie van poëtische taal, op Baudelaire zelf geïnspireerd, met prachtig uitgevoerde tekeningen, die die taal soms enkel suggestief illustreren maar vooral visueel ondersteunen, daarentegen des te meer.

Van deze prachtstrip voor rijpere lezers met een horizon die verder reikt dan een avonturenverhaal bestaan verschillende uitgaven. Nu ben ik meestal niet iemand die een luxe-uitgave een meerwaarde vind (tenzij iemand die mij cadeau zou doen), het verhaal primeert voor mij boven de uitgave en de eventuele extra’s die er soms bij komen. Maar in dit geval durf ik toch aanraden een “betere” uitgave te overwegen, want dat verdient deze zeer boeiende stripbiografie wel!
Geplaatst op 19/09/2021 Citeren
Avatar
Fumetti
Geplaatst op 19/09/2021